dinsdag 23 november 2010

El norte de Peru

Huaraz, Mancora en Shamanen
Het gebergte rondom Huaraz genaamd de Cordillera Blanca is iets meer dan 180 kilometer lang en omvat 33 bergtoppen van boven de 6.000 meter. Een paraiso voor bergbeklimmers en het maken van trekkings. Persoonlijk was ik het maken van trekkings een beetje moe, maar zo`n gebied binnen handbereik kun je bijna niet overslaan. De ruime meerderheid doet de 4 daagse Santa Cruz trekking met hulp van gidsen en pakezels, maar de twee hoofdrolspelers uit dit heldendicht deden de klim van 3.000 naar 4.750 meter volledig op eigen houtje. Van de buitensportwinkel huurden we de tent en overige uitrusting. Dit keer geen naar natte-hond-ruikende slaapzak, maar gewoon ons eigen minder thermischwarme slaapgerei van de Perrysport. De backpack nog vol met eten gestopt en met de lokale bus naar het startpunt.

De tocht begint al op zo`n 3.000 meter dus met zware bepakking voel je de ijle lucht welzeker. Onderweg kom je de watjes tegen die zonder zware rugzak met pakezel de trekking doen voor de hoofdprijs. Pussy`s. Voor de nacht viel bereidden we ons 5 sterrendiner (in de ogen van de ervaren bergbeklimmer gekkenwerk, maar we sjouwen echt vanalles mee om het eten maar lekker te maken: Knoflook, uien, saus, tonijn, salami etcetera. Kilootje meer of minder maakt dan ook niet uit...) en in het tentje bleek al wel dat op deze hoogte onze slaapzak best wel fris was. De volgende dag liepen we door prachtige gebieden met laguna`s, bomen met rode schilferige schors en bergtoppen tussen de 6- en 7.000 meter. Het geluk was deze keer echter niet aan onze zijde, want het was dusdanig bewolkt dat we de toppen van de mooie hoge reuzen slechts in een witte grijze massa gehuld zagen. Echt frustrerend. De top van 4.750 meter hebben we lachend gehaald om vervolgens de terugweg van 2 dagen in een dag af te ronden.

Wel trots dat we dit alles met redelijk gemak deden zonder hulp. Aangekomen bij het einde vertelden de mannen van de wachtpost dat we te laat waren om de bus nog te halen en ze boden aan dat we de tent in hun kantoor mochten opzetten. Ook fraai. Ze hadden zelfs bier te koop dus het werd weer een gezellige boel. Hoewel we ook op de terugweg de top van de hoogste berg Huascarin niet konden zien was het een spectaculaire vertoning met het meer op de achtergrond. Hier zullen we toch een keer moeten terugkeren om te zien hoe het er volledig uitziet.


Op de weg naar Mancora (la playa) zijn we een dag gestopt in Trujillo waar we de pre-inca stad van Chan Chan hebben bezocht. Als je het mij vraagt zeker zo, zo niet interessanter dan Machu Pichu. Ook hier heb je een stevige dosis inlevingsvermogen nodig, maar toch. In een dorpje verderop aan de kust maakten we voor het eerst kennis met een Peruaanse lekkernij genaamd Ceviche, dit is rauwe vis gemarineerd in limoensap, koriander en rode peper. Delicioso.


De bekende naakthonden in Peru. Hé Chip waar zijn oew haren nou?.
 
Midden in de nacht kwamen we dan eindelijk aan in de badplaats Mancora bekend als goede (kite)surf locatie. We hadden voor de verandering een typisch partyhostel geboekt wat meer leek op een luxe resort dan een hostel. Gigantisch zwembad, bar, feesten, hangmatten en uitzicht op de zee met kitesurfers.

Eindelijk zon, zee strand. Mijn broer had inmiddels mijn kitesurfset verpakt en met EMS naar Peru gestuurd, dus nog eventjes geduld en dan vaarde ook ik op het water. Ondertussen genoten we van het strandleven aldaar. Na 5 dagen feest en herrie zijn we verhuisd naar het ´mas tranquillo´ hostel Kokopelli ook met bar en zwembad. Ons verblijf in Mancora werd naast het gebruikelijke relaxe strandleven met veel vis en bier gekenmerkt door nog een aantal hoogtepunten. Zo hebben we met een kleine boot een walvistocht gedaan. We volgden de 17 meter lange humback whales. Erg indrukwekkend hoe groot ze zijn zo van dichtbij, nog nooit eerder gezien.


Later werden we nog verrast door velen dolfijnen, zeeleeuwen en schildpadden. Nog steeds wachtend op het arriveren van mijn kiteset hebben we ook een surfles genomen. De leraar helpt je mee met het juist nemen van de golf en het balanceren op het bord, maar als je dan staat dan ga je ook. Cowabonga dude.

Zowel Annie als ik hebben een aantal golven genomen, maar toen we het later zonder leraar probeerden, bleek dit echt een ontzettend moeilijke bezigheid te zijn, waarbij je meer bezig bent met peddelen en wachten dan surfen. Wel tof. Inmiddels was duidelijk dat mijn kiteset bij de Peruaanse douane in Lima lag en dat dat dus nog wel even kon gaan duren.

We besloten een pauze te nemen van het strandleven om een volledig ander avontuur in te stappen, namelijk op naar de shamanen in de bergen. De omgeving van Huancabamba staat wereldwijd, maar vooral onder peruanen, bekend om de brujo´s en curandero´s. Oftewel Shamanen. Mensen komen van heinde en verre om voor een niet gering bedrag een ceremonie te ondergaan bij één van de vele heelmeesters. Hoewel we op internet verschillende aanbevelingen hadden gevonden, wisten we niet precies wat ons te wachten stond. Eén ding was duidelijk, dat er nog niet al teveel buitenlanders kwamen. Dat merk je bijvoorbeeld als je regelmatig wordt aangesproken met ´Hey Gringo´. We werden heel vroeg in de ochtend gebracht naar één van de shamanen waar het tafereel plaats zou gaan vinden. Na te hebben onderhandeld over de prijs, werden we door zijn zoon van 16, beide te paard (eerste keer), gebracht naar een meer op 3.300 meter hoogte waar het eerste deel van de ceremonie zou gaan beginnen. We snoven een soort tabak vloeistof, werden bespuugd met een soort parfum en moesten tegelijkertijd onze wensen in gedachten nemen. Ja inderdaad, deze hele ceremonie zou in het teken staan van gelukswensen. Vervolgens moesten we 7 keer duiken in het werkelijk waar vrieskoude water.

Een aflevering van ¨Ultimate Survival¨ van Bear Grylls schoot na de tweede duik even door mijn hoofd. De rest van de dag konden we ontspannen in het dorpje al wachtend op de ceremonie die ´s-avonds om 22 uur zou beginnen. Het ritueel bestond uit zingen, wensen, parfumachtige stoffen ruiken, snuiven van de tabak, bespuugd worden met dezelfde parfumachtigen. Om een lang verhaal kort te maken, een hele fraaie en aparte ervaring. In Peru draaien veel zaken om geld. Zo is een bezoek aan een shamaan erg duur, kunnen dus alleen mensen met geld het betalen en wordt er vervolgens in het ritueel gewenst naar geld en een goede baan. Net als in Bolivia is ook hier geluk nog gewoon te koop. Op de terugweg verbraken we nog het record met hoeveel mensen je in een personenauto kunt. We liftten namelijk met iemand mee terug die werkelijk zijn hele auto met mensen aflaadde tot en met het dak aan toe, van zijn Toyota Corolla station... 13 mensen dus.

Terug in Mancora was mijn kitesurfset nog steeds niet aangekomen. De start van deze klucht was begonnen. Door ons lange verblijf op dezelfde plek, ontmoetten we weer oude reisvrienden. Het mooie van het lang op een plaats blijven hangen, is dat het een beetje je thuis wordt. Deze 4 weken gingen echter wel van onze tijd in Equador en Colombia af, maar er zijn ergere plekken om vast te zitten.

Bezoek aan de modderbaden Zorritos en de mangroves in Tumbes

Na dagelijks te hebben gebeld, bleek het pakket te zijn aangekomen in Piura (4 uur rijden afstand) waar ik het kon ophalen tegen een betaling van $425!!! Bezopen. Wij met tegenzin naar Piura waar weer doodleuk werd gezegd dat het pakket er niet meer was en inmiddels naar de voor ons dichtbij gelegen plek Talara was gestuurd. We hadden al flink wat scenario´s bedacht hoe we onder het betalen van dit onmogelijke bedrag konden uitkomen, waaronder hit-and-run. Terugsturen was geen optie, want de kans dat het Nederland ooit weer zou halen is erg minimaal. Inmiddels dus al meer dan een maand wachtend was de Nederlandse eigenaar van ons hostel Rutger bereid om 1,5 uur met mij in de bus te zitten om het pakket op creatieve wijze uit Talara op te halen. Aldaar zeiden ook deze mensen doodleuk dat het pakket er niet was. $#%^$#*!!* Waar is in hemelsnaam mijn dierbare kiteset naartoe. Na een aantal afscheepmethodes belde ze naar het kantoor in Piura waar ze zelfs mijn naam al kenden en bleek het daar toch echt niet meer te zijn. Na een tijdje wachten en bellen bleek het pakket net te zijn aangekomen bij een busmaatschappij die ook post bezorgd.

Kokopelli Beachpackers Hostel

De beste man ging op zijn brommer het pakket halen. Al wachtend daar buiten bedachtten we hoe we wellicht snel het pakket konden openmaken en er mee weg konden lopen. Super riskant natuurlijk, maar je gaat na 5 weken echt rare dingen bedenken. Daar was hij dan. De brommer kwam gevolgd door een tuktuk met het 20 kilo zware gigantische pakket aanrollen. Ik graaide de doos uit de tuktuk en begon het gretig open te snijden. Al snel werd mij verteld dat dit niet de bedoeling was en dat we eerst even naar binnen moesten. K*T. Daar bleek uit de documenten dat we inderdaad $425 moesten betalen, dit moest ik dan bij de nationale bank gaan betalen en met de bonnetjes kon ik vervolgens het pakket in ontvangst komen nemen. We hebben er werkelijk uren staan lullen en alle scenario´s doorgenomen zoals... We stelen het pakket en je doet pas over 2 dagen aangifte, we stoppen er een andere inhoud in en sturen het terug. De mensen waren het er zelfs mee eens dat het bedrag niet klopte, maar konden er niks aan doen. Ze zouden hun baan verliezen en opdraaien voor de kosten. Vervolgens greep ik naar het laatste redmiddel, stopte de man 200 soles in zijn hand en zei, tot ziens. Het land zit vol met corruptie, maar wij troffen net die ene eerlijke goedzak. Werkelijk genant.

Uiteindelijk zei hij: Waarom zoek je hier geen douanier die je kan helpen om de documenten aan te passen. Ahaa. We haastig op zoek naar een douanier, maar het was al laat en we hadden geen resultaat. Terug naar het postkantoor stelden we zelfs nog voor om een extra 100 soles achter te laten zodat hij het met de douanier kon regelen... Helaas. Met lege handen dus terug naar Mancora belde Rutger, de eigenaar van ons hostel, met zijn advocaat om te kijken wat deze nog kon betekenen. De volgende dag moest het dan toch echt gaan gebeuren. Met of zonder omkooppraktijken, die kitesurfset ging mee naar Mancora. Met drie man sterk gingen we naar de Sunat waar een allervriendelijkste douanier in hoge positie achter zijn grote bureau zat. De situatie uitgelegd en de beste man ging direct aan het bellen. Na lang proberen en touwtrekken erkende hij de situatie, maar kon hij niks voor ons betekenen. We zouden naar Lima moeten om daar een procedure op te starten wat vrijwel zeker weinig resultaat zou opleveren. Als laatste strohalm vroeg ik of hij niet mee kon gaan naar het postkantoor om daar de zaak af te handelen, maar dan zou het uiteindelijk terug bij hem komen en hij zou dan opdraaien voor de kosten. Ok dan. We hebben alles geprobeerd, zei ik dus gaan we nu met lood in de schoenen naar de Nationale Bank om het volledige bedrag te storten op de rekening van de Peruaanse overheid. Tot hoe laat is die bank eigenlijk open? Tot half 6. Hoe laat is het nu? 17:26u... Ooh? We zijn als een bezetenen met z'n drieen in een mini tuktuk gestapt. VAMOS al Banco Nacional!!! Vroemvroem, na nog geen 30 meter viel de motor uit. K*T! Onze chauffeur stapte uit, deed iets met de motor, stapte weer in en na 3 keer proberen deed ie het weer. Gas erop! Aangekomen bij de bank sprong ik uit de tuktuk en gleed ik werkelijk als laatste binnen door de deur.

Favoriete naakthond van Antoinet uit Mancora. Waarschijnlijk een kruising van een naakthond en een dalmatier.

Mijn twee compagnons in deze strijd mochten niet meer naar binnen van de opeens zo principiele bewaker. Sta ik daar in de rij, klopt Rutger op het raam. Heb je wel voldoende cash op zak. Hoezo, ik kan toch gewoon pinnen. Fout. #%$%^^&** Zowel Rutger als Paul graaide al hun soles uit hun portemonnee en we kwamen gelukkig net op het juiste bedrag uit, maar de principiele bewaker wilde de deur niet meer open doen. Werkelijk, wat een lul, zodat ze het geld door de gleuf van de deur moesten schuiven. Goed, ik sta in de rij met een gigantisch bedrag. Ik ben aan de beurt en laat mijn document zien waarop de man vrolijk zegt. Nee, je hebt vier documenten nodig. WAHAAT! Ik kon de beste man wel linchen, maar zijn vrouwelijke collega was me voor en nam de zaak over. In cash heb ik het volledige bedrag betaald. De dame keek echt zo van, waar moet je in hemelsnaam dit bedrag voor betalen. Ja, dat vroeg ik me ook al een tijdje af. Snel naar buiten en op naar het postkantoor voordat ook dat dicht zou zijn. Aldaar kon ik dan eindelijk mijn door m'n broer zo stevig ingepakte pakket in ontvangst nemen. Een oerkreet ging door me heen.

Beste reizigers en medekitesurfers. Laat deze verschrikkelijke, bureaucratische en half corrupte ervaring niet voor niks zijn geweest en volg de volgende raad alstublieft op. Stuur NOOIT waardevolle spullen met in het bijzonder kitesurfuitrusting per post of koerier naar een bananenrepubliek zoals Peru. De goede afloop is mede mogelijk gemaakt door het geweldige personeel van Kokopelli Hostel in Mancora met in het bijzonder de eigenaar Rutger. Kokopelli is misschien wel het beste hostel in Zuid-Amerika. Ik zeg het niet vaak, maar Kokopelli is een echte aanrader. We hebben niet meer gewacht op de wind in Mancora, maar onze reis na 5 weken in dit geweldige dorp voortgezet naar kitesurfbestemming Santa Marianita in Equador. Ik kon het echt niet laten, dus hierbij alvast een voorproefje. YIHAA!

dinsdag 12 oktober 2010

Bienvenido en Peru

Na ons emotionele afscheid van Bolivia was nu dan eindelijk Peru aan de beurt. Al reizend hoor je al verschillende verhalen over Peru waaronder ook vele slechte. De mensen zouden niet vriendelijk zijn, alleen maar uit op je geld en supertoeristisch. We gingen uiteraard zelf op onderzoek uit en begonnen in het mooie Arequipa.

Arequipa is een moderne en koloniale stad omgeven door slapende vulkanen en heeft een bruisend stadscentrum met een rijk nachtleven. Echt een verademing om eindelijk weer in zo`n volwaardige stad rond te lopen. Na de lokale delicatessen en de barren te hebben verkend, boekten we een toer om de Colca Cañon te gaan bezoeken. Een driedaagse wandeling door een, op het eerste oog lijkende, vallei waarbij we de eerste nacht sliepen in een bamboe cabana langs een rivier, praktisch naast het thermaalbad dat uitkeek op de bergwand. Niet schjlecht.

De wandeling door het overwegend droge gebied van de dag erop eindigde aan de voet van de cañon in een ware groene oase met een prachtig zwembad onderaan de geelkleurige cañon.. Een 3 urige klim tegen de cañonwand wachtte ons de volgende morgen (5:00am), maar ook deze dag eindigde weer bij thermaalbaden van 38 graden waarna we over een prachtig altiplano landschap (hoogste punt 4.900m) werden teruggereden. Je kan je wel voorstellen dat dit voelde als een soort kleine vakantie. Heerlijk.

De komende dagen konden we vanwege politieke onrust en blokkades niet door naar Cusco. Arequipa is niet de slechtse plek op aarde om vast te zitten en dit gaf ons nog de gelegenheid om bijvoorbeeld de lokale lekkernij uit te proberen. Gevulde rocoto en jawel gefrituurde cavia. Prachtig geserveerd met alles erop en eraan inclusief kop, tanden, nagels etcetera. Zo schattig. Niet veel vlees maar best smakelijk. (Stuur uw klacht naar: Red-de-Cavia, Postbus 335, 5238CV te Knaagstad t.n.v. AMJ van Beulen)

Naast de lokale lekkernij hebben ze in Peru duizenden soorten aardappelen.

Aangekomen in Cusco, de hoofdstad van de Inca`s, bleken we in een ander Peru te zijn beland. Het toerisme staat hier kennelijk niet meer in de kinderschoenen. Het is een prachtige stad, maar dat is tussen alle straatverkopers, proppers, camera`s, amerikanen en japanners af en toe moeilijk te zien. Dat was wel even wennen na het in verhouding ongerepte Bolivia.

Cusco was vroeger het centrum van het zeer boeiende en immense Inca rijk met Machu Pichu (1 vd 7 wereldwonderen) en de Heilige Vallei als grote trekpleisters. Machu Pichu is een absolute must-see in Zuid-Amerika. Een oude stad met verschillende tempels en omdat de spanjaarden deze plek nooit hebben ontdekt, is deze nog grotendeels in tact. Hoewel we niet zoals vele malloten om 4:00am al in de rij stonden voor de eerste bus, waren we toch redelijk vroeg in het park en beklommen we, in tegenstelling tot honderden andere toeristen, de minder populaire berg om vanuit daar Machu Pichu uit de wolken te zien opklaren. Na dik 1,5 uur te hebben geklommen, bleken we de eerste op de top, maar zagen we het gehele complex nog gehuld in een grote witte mist. De vraag is dan altijd of het die dag überhaupt opklaart. De zon brak door en daar was Machu Pichu.

Ver weg aan de overkant zagen we de andere bergtop vanwaar honderden mensen hetzelfde plaatje aanschouwden (maar dan van de andere kant). Geven wij toch de voorkeur aan iets langer lopen, maar dan met minder mensen op de top. Het later op de dag lopen door de ruïnes is een geweld van toergroepen met gids, maar absoluut een prachtige plek. De komende dagen hebben we nog een aantal Inca plekken van de Heilige Vallei (Valle Sagrado) bezocht waar we bij Pisac nagenoeg de enige waren. Een opluchting kan ik je vertellen. We namen een gids en ik moet zeggen dat zo`n bonk met stenen dan toch echt tot leven komt. Het is vaak de legende en het verhaal eromheen wat een plek speciaal maakt.

Typisch Peru
Verkiezingen...
Door met de bus naar Lima, de hoofdstad van Peru, waar we werkelijk geen goed woord over hadden gehoord. Daar aangekomen begrepen we werkelijk niet waarom? Lima is wederom een moderne stad met McDonalds, Burger King, KFC, heerlijke visrestaurants en bovendien gelegen aan de Pacifische Oceaan. Na 7 maanden hebben we eindelijk weer de zoute zeelucht geroken en voor het eerst in ons leven met onze blote handen (en onbedoeld ook broek, schoenen, sokken en voeten...) de "Pacific" aangeraakt.
"Wat boeit dat?", hoor ik je denken... Mja, is iets tussen mij en Annie denk ik. Verders is de stad nagenoeg altijd gehuld in een mistige wolk, maar regent het er nooit. Bizar. Gewoon lekker even van het stadse leven genoten.

Hé Joran, waar bende nou?


Hoewel een stuk meer ontwikkeld en veel toeristischer bevalt Peru ons uitstekend. De mensen zijn vriendelijk, het eten is lekker en de natuur is prachtig. Echt weer zo`n land om veel te lang in te blijven hangen. We reizen nu echter flink door en zitten nu al weer met ons hoofd in de wolken, te weten Huaraz (3.100m) omgeven door besneeuwde bergtoppen boven de 6.000 meter. Nu één van de laatste lange trekkings in het vooruitzicht.

woensdag 22 september 2010

Adios Bolivia

Als ware V.I.P.`s verlieten we Rurrenabaque, onze jungle ervaring, in een jet voor slechts 19 personen. Flying doctors away. Op naar het hoge (3.660m) en koude La Paz, de hoogste hoofdstad ter wereld.

La Paz is een stad gelegen in een dal met een hoogte verschil van 1.000 meter en het meest indrukwekkende is het fantastische uitzicht op het dal met de Cordillera Real op de achtergrond, bergpieken van rond de 6.000 meter.

Omdat ons visum al ruim over de datum was, hebben we ons niet vollledig kunnen vastbijten in de stad, maar hebben we in ieder geval Tiwanaku bezocht, de belangrijkste pre-inca vindplaats van Bolivia. We waren eerlijk gezegd niet heel erg onder de indruk. Het is een archeologische locatie waarvan het erg moeilijk is om je voor te stellen hoe het eruit heeft gezien. Voor archeologen ongetwijfeld onwijs boeiend.

Op naar het nabije dorpje Copacobana, gelegen aan een van de hoogst bevaarbare meren ter wereld, Titicaca. Een mega toeristisch stadje, waarvan het welbekende strand in Rio de naam heeft te danken, "Her name was Lola..." Met de boot gegaan naar Isla del Sol waar we een kamer hadden met 320 graden uitzicht op het gigantische blauwe meer. ´s-Ochtends bij zonsopkomst hoefden we ons hoofd maar van het kussen op te lichten om het spectacel te aanschouwen. En dat voor slechts 11 euri per nacht. Verder is Isla del Sol een relaxt eiland om over te wandelen met een komen en gaan van toeristen en prachtige uitzichten op het meer Titicaca.

Dit is lekker wakker worden kunnen wij je verzekeren

Geen commentaar...
 
Ons verblijf in bolivia zat er al bijna op en met een overschrijding van 10 dagen op ons visum naderde we het grenskantoor om het land te verlaten. Een fikse boete zouden we zeker tegemoet gaan zien. Daar aangekomen bij de streng ogende in legergroen geklede en gewapende grensbeambte bleek het een gezellige boel. Deze grenspost nam zichzelf (in tegenstelling tot vele anderen) niet al te serieus en vooral toen we zeiden dat we het hier zo leuk vonden dat we het land maar niet konden verlaten, hadden we de lach aan onze zijde. De boete was helaas een feit, 200 BOL per persoon (€22), Evo zal er blij mee zijn. Maar we kregen het zelfs nog voor elkaar om met de boete in onze hand met de grensbeambte op de foto te gaan. Zie hier het resultaat. Zo typisch Bolivia weer. We hebben er echt ontzettend van genoten, alle 100 dagen. ¡Hasta la Vista Bolivia!



(We kijken altijd erg uit naar de reacties op onze blog, laat die vakantieverhalen of smeuïge zomerroddels maar komen... )

zondag 12 september 2010

Rio Mamoré en Parque Madidi

Rio Mamoré
Nog steeds met zijn vieren sinds het festival besloten we vanuit Trinidad een vrachtboot te zoeken om mee te liften op de Rio Mamoré (rivier naar de Amazone) richting het noordelijk gelegen plaatsje Guayaramerin. Na twee keer tevergeefs in de haven te zijn geweest om een boot te zoeken besloten we met al onze bagage nogmaals op de bonnefooi naar de haven te gaan. Er lagen gelukkig een flink aantal boten, maar geeneen vertrok die dag of de dag erop. Een kapitein van een grote vrachtboot nodigde ons uit om bij hem in de schaduw te zitten.

We zijn uiteindelijk 2 dagen op zijn boot gebleven om te wachten op een boot die vertrekken zou. Jorge was een Chileense kapitein met gigantische bovenarmen en nog veel sterkere verhalen. Het werden twee dagen met veel drank, spierballengepraat en gezelligheid. Uiteindelijk heeft hij ons door een medewerker met een kleine motorboot laten brengen naar de vrachtboot "Christina" waar we de komende 8 dagen gewapend met hangmat en muskietennet op zouden gaan verblijven.
Potje schaken op het dek in de ondergaande zon.

Ons avontuur op Rio Mamoré was begonnen. Inmiddels had ook een 20 jarige Amerikaan die al 1,5 jaar zonder geld reisde zich bij ons aangesloten. De kok op de boot was een transexueel die wel een oogje had op dit manneke. De bootreis was vooral relaxt. We kregen drie maaltijden per dag, hadden flink wat Bacardi bij ons en de dag bestond voornamelijk uit eten, tukkie doen, lezen, hangmat hangen, eten, weer een tukkie doen en vissen.
Capybara´s, het grootste knaagdier van de wereld

Rio Mamoré heeft veel te bieden, want het gebied zit vol met prachtige witroze dolfijnen, capybara´s, schildpadden, kaaimannen en de bemanning had zelfs nog een wild varken gevangen dat binnen no time vakkundig werd geslacht. Heerlijk vers vlees dus die avond.´s-Avonds gingen we vaak vissen en vingen dan piraña´s en catfish dat de volgende dag dan uiteraard weer op het menu stond.

De zonsondergang was evenals de zonsopkomst elke dag weer schitterend. De zon lijkt hier een stuk groter en verdwijnt elke avond als een felrode bol achter de horizon. Tegen het einde van de trip zagen we de zeldzame blauwgele ara overvliegen, "welcome to the jungle". Heerlijk om 8 dagen nagenoeg niks te doen.


Parque Madidi
Vanuit Guayaramerin zijn we met een veel te volle bus over slechts onverharde wegen met een reistijd van 16 uur gereden naar Rurrenabaque, dé uitvalsbasis om in Bolivia de Selva (jungle) of de Pampas te zien. Parque Madidi is een nationaal natuurpark met een gigantische diversiteit aan flora en fauna, maar met een reguliere jungletoer van 3 tot 7 dagen is het (in tegenstelling tot de Pampa´s) nagenoeg uitgesloten om dieren te zien. Het park wordt namelijk overspoeld met toertisten. Na ons een paar dagen te hebben georiënteerd, liepen we bij een touragency tegen een stelletje aan dat net terug was van een 15 daagse jungletoer.

Hun reactie was dusdanig overrompelend dat we serieus gingen overwegen om dit grote avontuur aan te gaan. Meer dan 2 weken zonder voorzieningen met een gigantische rugzak naar een dusdanig afgelegen gebied dat er zelfs geen Inheemse bevolking woont. Als er dus halverwege de trip iets gebeurd (verzwikte enkel of gebroken been), is er slechts één weg terug en dat is de tocht afmaken. Geen radio en mobiele telefoonverkeer mogelijk en als het voedsel op is moet je je eigen vis vangen om niet alleen van de witte rijst te hoeven leven. Onder het genot van een biertje hebben we met z´n vieren de afspraak beklonken om deze uitdaging aan te gaan. De tour bestond voor de helft uit lopen en voor de andere helft uit het varen over Rio Alto Madidi op twee zelf gemaakte vlotten.

"Embrace the F*cking sandflies!"

Na een jeeprit van 4 uur, waarbij we zelfs al een grote kleurige leguaan zagen oversteken, kwamen we aan bij het begin van het Nationaal Park Madidi. Nog niet de auto uit of we werden al verwelkomt door onze metgezellen voor de komende 15 dagen namelijk, zandvliegen. Deze uitermate irritante miniscule insecten steken overdag en lustten gringo bloed rauw. Ons geluk was dat onze lotgenoot Katie uit Australie een soort magneet was voor deze zandvlieg. Desalniettemin onze trip was begonnen. We verdeelden de gigantisache hoeveelheid voedsel die we mee moesten nemen over onze rugzakken en we vertrokken met onze bepakking van nu inmiddels 20 kilo per persoon naar het eerste kampement.

Onze begeleiders waren een oerluie kok genaamd Alan en de zeer ervaren gids Elias die opgegroeid was in de Selva met extreem veel kennis van medicinale planten en een uitstekend oog voor het spotten en imiteren van dieren. Het voordeel van de nacht in de Selva is dat er nagenoeg geen muggen zijn. Echter, de Selva zou de Selva niet zijn als er niet een aantal passende plaatsvervangers zouden leven. Bijvoorbeeld de eet-de-tent-op-mieren die alles van stof in de buurt aan gort knippen, of gigantische mieren genaamd bullet ants die als ze je steken je de pijn van een schotwond voor minimaal 24 uur bezorgen, of de motten die eitjes leggen onder je huid of in je kleren die vervolgens uitkomen en je vlees van binnen beginnen op te eten. Daar lig je dan op je flinterdunne matje met als enige bescherming je muskietennet en een groen afdekzeiltje... Welterusten.

De eerste 4 dagen bestonden uit het lopen door de jungle, lopen langs en vooral kniehoog door de rivieren en het bestijgen van een 2.000 meter hoge berg. Normaal gesproken is de kans dat je dieren ziet in deze eerste dagen nagenoeg nul, maar de tweede nacht hoorde we stevig gerommel vlakbij het kampvuur, het bleek een Tapir te zijn die op 5 meter afstand voorbij kwam lopen. We hadden ons kampement blijkbaar vlak langs zijn gebruikelijke route opgesteld. De volgende ochtend toen Katie zich vrolijk in de rivier zat te wassen, kwam er nog een Tapir voor haar neus door de rivier gesneld. Een goed begin dus.

Al wandelend hoorden we al regelmatig het geschreeuw van de spidermonkéys (bosduivel in het Nederlands), maar het was pas vanaf de aankomst bij de rivier Alto Madidi dat het menens ging worden. Vlakbij ons kampement vond ik namelijk de voetsporen van een jaguar. De grote kat is erg moeilijk en zeldzaam te spotten, maar het feit dat hij eerder zo dichtbij was maakt het toch speciaal.


Voor we gingen eten namen we nog een duik in het warme rivierwater toen onze gids vrolijk grapte dat er een aligator in het water leefde. Dachten we tenminste, want 's-nachts bleek het geen grap en hebben we het 1,5 meter lange beest nog bewonderd. Ze schijnen geen mensen aan te vallen, of in ieder geval is dit "muy raro" (zeer zeldzaam...). Inmiddels dus bij de rivier hadden we de keuze om de zware tassen nog 3 dagen mee te sjouwen door en langs de rivier over grote stenen, of alvast een vlot te bouwen voor onze bagage.



We konden dan heerlijk ontspannen wandelen, dachtten we tenminste. De rivier was nog zo ondiep en ons vlot dusdanig zwaar dat het meer duwen en trekken was dan iets anders. Eerlijk is eerlijk, we hebben echt moeten afzien. Maar ach, als je mooie natuur wilt zien, moet je in veel gevallen even doorpezen. Er stonden gelukkig een stevig aantal mooie momenten tegenover waarvan ik er graag een aantal schets.


Dit zijn wandelende bomen op zoek naar een mooi plekje in het zonlicht
Na een lange dag stoeien met het onmogelijk zware vlot werden we bij aankomst bij het kampement verwelkomd door een tal spidermonkeys aan de overkant van de rivier. Even later zaten we relax te vissen en ving ik de eerste catfish (meerval) van de avond van toch zo´n 5 kilo.

Het avondeten was dus veiliggesteld en na het 5 sterren diner werden we opgeschrikt door rumoer in het water... Wat is het? Een aligator, een jaguar, nee een tapir. Echt fraai. Een andere ochtend zit je te vissen, tegenover spelen de capuchino apen in de bomen, kruipen er 2 malaro´s (soort dassen) de kant op en komt er een toekan overvliegen. Begrijp me niet verkeerd, Madidi is geen dierentuin en je ziet de dieren niet altijd van dichtbij laat staan dat je "National Geographic" foto's kunt maken.

We visten fraaie exemplaren uit het water zoals de zeer gevaarlijke mantaray en een schildpad

Of je ligt ´s avonds in je klamboe op je 5 milimeter dikke matje en hoor je het proestende geluid van de aligators die 30 meter verderop in de rivier zwemmen. Ze waren het duidelijk niet eens met onze aanwezigheid en de volgende ochtend bleek wel waarom, ze hadden namelijk jongen.
Niet alleen maar kommer en kwel met het vlot zie je wel

Dokter Tropical had na 12 dagen met zijn schoenen in het water te hebben gestaan weer eens iets aan zijn voet. Zeer pijnlijke voetwondjes..

Toen een paar dagen later ons vlot doormidden was gebroken zat ook het vissen al niet mee. Het zou dus een schrale maaltijd gaan worden. Totdat Katie aan de overkant van het water een slang uit de boom zag vallen. Dood zo dachten we. We vroegen de gidsen de slang te gaan halen, zodat het arme beest niet voor niks zou zijn gestorven. Daar aangekomen bleek het beest nog springlevend, maar onze gids sloeg hem de kop in en wilde het slechts als visaas gebruiken. Visaas? Het was niet onze bedoeling dat de gids de slang zou doden (niet echt gepast in een nationaal park) en zeiden dat we de slang graag wilde eten. Zo gezegd zo gedaan, boven het vuur ermee en het smaakte heerlijk naar een geroosterd kippetje.

Bolivianen zijn erg bijgelovig en zo leeft er volgens hen in de Selva de Niru Niru aap (mono diabolico, ofwel duivelse aap) die er om bekend staat in grote groepen mensen te kunnen aanvallen. Het is een nachtdier en maakt het geluid... je raadt het al... Niroe Niroe. Onze gids en kok waren die nacht toen ze het geluid hoorden, gewapend met machete overduidelijk op hun hoede. In hoeverre dit waar is durf ik te betwijfelen, zij leken er heilig in te geloven...

Dit soort taferelen krijg je na een paar dagen jungle...
Hetgeen wat de tocht het echte jungle gevoel geeft zijn de vreemde geluiden ´s-avonds van bijvoorbeeld grote kikkers, de vele tropische vogels en vooral papegaaien die meermaal daags over komen vliegen. De rode ara's maken een gekrijs van jewelste, de toekans of de imitador, een vogel die het geluid van andere vogels imiteert en de meest bizarre geluiden produceert. Onze laatste dag op het vlot had een ware climax. Zo kwamen we namelijk een groep otters tegen die bepaald niet timide bleken te zijn. Dit nagenoeg uitgestorven dier (vanwege zijn pels) leeft nog vrolijk in dit deel van de rivier simpelweg omdat het zo moeilijk bereikbaar is. Erg tof om te zien en te horen hoe ze naar je knorren en mopperen.
Hey, wat mot dat!
Aangekomen bij het laatste kampement heeft onze gids de door ons eerder gevangen catfish op traditionele wijze bereidt in bamboe en in een bepaalde bladersoort. Een smakelijk einde voor deze laatste dag op het water. 's-Avonds hebben we samen met de gids nog een nachtwandeling gemaakt door de Selva. Het meest spannende wat hier gebeurde was dat er een vleermuis van flink formaat tegen mijn kop aanvloog. Alsof je met de binnenband van een fiets een tets om je oren krijgt. De volgende ochtend hadden we een wandeltocht van 10 uur voor de boeg. Het zat ons echt mee, want we zagen al vrij snel een Leoncito aapje, een kudde wilde varkens (stinken!) en een bambi.



Vervolgens werden we nog verrast door de rode ara´s van zeer dichtbij, verschillende papegaaisoorten en nog twee verschillende toekans. Als kind altijd al van gedroomd om te zien. Uiteindelijk aangekomen in een dorpje zonder electriciteit en koud bier brachten we de nacht door om de volgende dag met een vrachtwagen vol met gekapte boomstammen mee te liften naar het volgende dorp. Zelfs tijdens deze 7 urige rit zittend op een boomstam zagen we nog verschillende dieren en ara´s.

Uiteindelijk ´s-avonds aangekomen in het dorp mét electriciteit én koud bier bleek het avontuur nog niet afgelopen. Onze bus terug naar de beschaving zou de volgende ochtend om 4 uur ´s-ochtends vertrekken en we konden ons kampementje opstellen naast de ingang van het loket midden in het dorp?!¿¡ Deze gelegenheid maar aangenomen om onze laatste avond flink te gaan biertanken en een typisch potje boliviaans karaoke te doen. ¡Bolivia!

Overige dieren die we nog hebben gezien zijn de Coati, Rode brulaap, Chichilo, Vos van de Selva etcetera...